Keuze van de doelgroepen

De doelgroepen van Kinderen Derde Wereld zijn kinderen en jongeren

Prioriteit zal gegeven worden aan straatkinderen en jongeren, aan de armste kinderen en jongeren, aan adolescenten die niet genoten van een aangepaste opleiding, aan verlaten of verstoten kinderen, aan weeskinderen, aan jongeren met een diploma maar zonder werk. Speciale aandacht zal worden gegeven aan de meisjes.

  • Straatkinderen/Kinderen in de straat:

Men moet 2 soorten kinderen onderscheiden die op straat leven in de grote steden van de Derde Wereld:

De kinderen in de straat: Het zijn kinderen die de ganse dag rondzwerven op straat maar die nog de mogelijkheid hebben om s’avonds naar een thuis te gaan. Ze hebben nog een woonst en een familie maar gaan niet naar school en zijn dagelijks blootgesteld aan de gevaren van het straatleven, dikwijls onder druk van hun familie zelf teneinde een beetje geld in het laatje te brengen. Ze doden hun tijd met bedelen, met de verkoop van kleinigheden , met schoenen poetsen of met het wassen van auto’s…

Straatkinderen: Deze kinderen hebben elke band met hun familie verbroken, ofwel tengevolge van familiale conflicten, ofwel tengevolge van het verlies van hun ouders en zijn dus alzo verplicht om te leven en te slapen in de straten. Het zijn de meest kwetsbare en armste kinderen gezien zij op niemand meer kunnen rekenen en hun plan moeten trekken om te overleven.

Cijfers: Ondanks de moeilijkheid om precieze gegevens te verzamelen betreffende straatkinderen in de wereld, geeft UNICEF volgende cijfers : er zouden 100 miljoen straatkinderen zijn (in de brede zin van de betekenins) waarvan 40 miljoen in Latijns Amerika, 30 in Afrika en 30 in Azië. 75 % zouden kinderen in de straat zijn en 25 % straatkinderen. Trouwens, het aantal straatkinderen stijgt de laatste decennia, proportioneel gelijklopend met de bevolkingstoename in de Derde Wereld.

enfants-de-la-rue

  • Waarom bevinden deze kinderen zich op straat?

Hieronder enkele van de belangrijkste redenen:

1. Armoede:
De kinderen zijn de eerste slachtoffers van armoede. Het is effectief zo dat families die geen enkel inkomen meer hebben er toe komen hun kinderen weg te jagen zodat ze minder mondjes moeten voeden.

2. Plattelandsexodus:
Gezien de plattelandsbevolking steeds armer wordt, hebben de steden een enorme aantrekkingskracht. Kinderen denken dat ze gemakkelijk hun brood zullen kunnen verdienen in de stad en verkiezen hun thuis te verlaten.

3. Breuk tussen de gemeenschappen:
Vroeger gold het concept van de uitgebreide familie en waren de gemeenschappen zeer solidair onder elkaar. Zo vonden alle kinderen hun plaats in de communauteit, gezien er steeds een familielid was, zelfs zeer verre familie, die een minimum aan bescherming en asiel bood. Maar hedendaags nemen de gemeenschappen minder en minder verantwoordelijkheid voor de kinderen en de families helpen elkaar niet meer. Zo kan het weeskind of het mishandeld kind niet meer rekenen op andere leden van de gemeenschap zoals voorheen. De straat is zijn of haar enig alternatief om te overleven.

4. Familiale conflicten:
De belangrijkste redenen waarom kinderen beslissen hun familie te verlaten zijn fysische, emotionele en seksuele mishandelingen door de ouders (dikwijls door de stiefouders). Ouders in de gevangenis, verslaafden, alcoholiekers, moeders die zich prostitueren, maken het leven thuis onhoudbaar. De kinderen verkiezen dan liever de wereld van de straat dan deze mishandelingen te moeten blijven ondergaan.

5. Wezen:
Zeer veel kinderen in de ontwikkelingslanden zijn weeskinderen geworden tengevolge van gewapende conflicten en sinds twee decennia tengevolge van het overlijden van hun ouders door AIDS. De ONUSIDA schat dat er eind 1997 ongeveer 6,2 miljoen wezen waren van door AIDS overleden ouders, waarvan 95 % in subsahariaans Afrika.

In de meeste gevallen beslist het kind om op straat te gaan leven wanneer het meerdere van deze redenen simultaan moet ondergaan.

  • Straatkinderen worden met veel problemen geconfronteerd

Overleven is het dagelijks probleem van deze kinderen : een plaats vinden om te slapen, eten vinden, zich in veiligheid stellen, vechten tegen ziektes, de uitsluiting door de anderen verdragen. Ze hebben geen enkele ontspanning, geen tijd om te verpozen. Het zoeken naar geld is hun enige zorg.

Straatkinderen worden met veel problemen geconfronteerd:

1. Honger en dorst:
Voedsel zoeken is een constante zorg. Ze pluizen de vuilnisbakken uit, stelen fruit op de markten of, met het beetje geld dat ze verdienden, kopen ze wat ze kunnen. Ze lijden bijgevolg aan zware ondervoeding en hebben een algemene verzwakte conditie. (Ze kopen water aan ambulante verkopers maar dikwijls is dat water besmet).

2. Plaats om te slapen:
De kinderen slapen waar ze kunnen, en proberen zich een beetje te beschermen tegen de kou : onder karton in portieken, onder bruggen, in verlaten gebouwen, op vuilnisbelten.

3. Hygiëne:
Straatkinderen hebben geen plaats om zichzelf of hun kleren te wassen en zijn dus steeds groezelig. Ze hebben geen kledij om zich te verversen, lopen blootsvoets, wassen zich bijna nooit. Ze lopen door hun zeer weinig hygiënische manier van leven alle soorten infecties op. Hun uitzicht in vuile lompen accentueert de verwerping door de bevolking.

4. Eenzaamheid en verwerping door de anderen:
De mensen zijn bang van hen, veroordelen hen omdat ze stelen, niet naar school gaan en de ganse dag ronddolen in lompen gehuld. Dus verwerpen en beledigen ze hen. Ze begrijpen niet dat het kind in de eerste plaats een slachtoffer is. De reden waarom ze zich wenden tot illegale praktijken is overleven. Het is dus erg belangrijk de bevolking te sensibiliseren met betrekking tot de redenen die kinderen op straat brengen, zodat ze zich realiseren dat het geen simpele bedriegers of dieven zijn.

5. Onveiligheid:
De straat stelt hen bloot aan alle soorten gevaren : geweld door gekken, door de politie, en soms zelfs moord. In bepaalde landen van Latijns Amerika zoals Brazilië en Colombia bestaan escuadrones de la muerte waarvan de opdracht is het opruimen van de wijken van deze kinderen. Het zijn de bevoorrechte slachtoffers van alle soorten geweld. s’ Nachts wordt het uiterst gevaarlijk: men steelt dikwijls het geld dat ze verdiend hadden tijdens de dag, wat hun belet om een beetje geld te sparen voor een betere situatie.

6. Ziektes:
Straatkinderen lopen ziektes op die men gemakkelijk zou kunnen genezen, omwille van hun weinig hygiënische levensomstandigheden, hun gebrek aan voedsel, het drinken van besmet water. Ze lopen huidziekten op zoals het schurft, luizen, vlooien… Ze lijden aan problemen met hun spijsvertering, buikloop en longziekten die zich kunnen ontwikkelen tot tuberculose. Ze verzorgen hun wonden niet die bijgevolg veel erger worden bij ontsteking. Malaria is eveneens een essentieel probleem in de tropische landen want de kinderen beschikken over geen enkele bescherming tegen muggen. Maar malaria kan dodelijk zijn indien men niet op tijd verzorgd wordt.
Daarbij worden meisjes op zeer jonge leeftijd zwanger, want zich prostitueren is één van hun middelen om te overleven. Ze sterven soms tijdens de bevalling, die meestal gebeurt in miserable omstandigheden.

AIDS: het voorkomen van AIDS is in de ontwikkelingslanden enorm belangrijk. Volgens ONUSIDA werden in 1998 meer dan drie miljoen kinderen besmet met het virus van AIDS, waaronder 590.000 jonger dan 15 jaar en 2,5 miljoen tussen 15 en 24 jaar. Straatkinderen zijn de eerste slachtoffers van de ravage van AIDS, daar zij de transmissiemethodes van de ziekte slechts zeer vaag kennen. Ze geven het virus voornamelijk door via sex gezien ze geen enkele bescherming gebruiken. Via drugs die men inspuit is te verwaarlozen, daar deze veel te duur voor hen zijn.

De meisjes die overleven door prostitutie geven het virus door aan een hoog tempo. Helaas laten de desinformatie en de moeilijkheden waarmee zij dagelijks geconfronteerd worden weinig ruimte voor het probleem AIDS in hun bekommernissen. Anderzijds bestaan er veel van bij de geboorte seropositieve kinderen die snel de ziekte zullen ontwikkelen, want bij kinderen ontwikkelt het virus zeer snel tot de dodelijke ziekte.

7. Drugs
75% van de straatkinderen ademen solventen of oplosmiddelen in. Straatkinderen proberen te vluchten voor hun dagelijkse moeilijkheden door solventen, zoals lijm in te ademen. Ze drenken er kleine stukjes stof in die ze de ganse dag voor hun neus houden. Dat doen ze om even te vergeten dat ze het koud hebben, honger lijden, bang en alleen zijn. De effecten zijn onmiddellijk, en lokken een dronkenschap uit die hun perceptie van de werkelijkheid vervormt. Het meest gebruikte solvent is schoenmakerslijm: deze is gemakkelijk verkrijgbaar en vooral goedkoop.

Maar deze drug is zeer gevaarlijk. Inderdaad zijn solventen stoffen die vetten oplossen, ze vallen het merg rond de zenuwcellen aan en de schade is definitief.

Regelmatig gebruik tijdens de cruciale periode van de psychomotorische ontwikkeling brengt onherroepelijke beschadiging toe aan het centraal zenuwstelsel, de longen, de lever, het hart en de hersenen. Daarbij kan deze drug agressief crisisgedrag uitlokken. Andere drugs worden door hen veel minder gebruikt daar ze te duur zijn. Lijm verwoest hun capaciteiten om uit de ellende te geraken en houdt de kinderen gevangen in de straten.

  • Hoe zien straatkinderen te overleven?

De straatkinderen proberen het hoofd te bieden aan hun dagelijkse problemen om te overleven, door zich te organiseren in bendes en door te proberen geld te verdienen op alle mogelijke manieren: kleine karweitjes uitvoeren, bedelen, misdaad, prostitutie.

1. Organisatie in bendes:
De kinderen groeperen zich in bendes omwille van de eenzaamheid en de onveiligheid. Binnendringen in die “gangs” is praktisch onmogelijk. Zodoende kan men meer veiligheid en levensonderhoud verzekeren. De vriendschap die de bendeleden bindt is primordiaal, gezien die de affectieve basis schept die verloren ging bij de breuk met de familie, of met het overlijden van de ouders. De groep is sterk hierarchisch georganiseerd, de rol van elkeen is strict gedefinieerd. Er is altijd een leider, over het algemeen de oudste, die de dagelijkse activiteiten voor de groep bepaalt. Meestal vertrouwt men zijn of haar geld toe aan de jongste van de bende. Iedereen van de groep is verplicht om voedsel of geld binnen te brengen op het eind van de dag. De bende beantwoordt aan veel behoeften van de kinderen, maar kan ook een bron van uitbuiting zijn van de jongsten door de ouderen in ruil voor hun bescherming.

2. Kleine karweitjes:
Weinigen hebben het geluk echt werk te vinden, maar bepaalde straatkinderen slagen erin een beetje geld te verdienen door verschillende activiteiten uit te voeren : schoenen poetsen, snuisterijen verkopen, oprapen en wassen van vuilnis, recupereren in de vuilnisbakken en op de vuilnisbelten van conservenblikken, flessen, aluminium, vervoeren van pakjes, wassen van auto’s…

3. Bedelen:
Straatkinderen bedelen niet graag want de straat is hun terrein, ze verkiezen te eten met het geld dat ze zelf verdienen. Maar dikwijls hebben ze geen keuze. Ze stellen zich dan meestal op aan de deur van de grote hotels van de steden.

4. Delinquentie:
Om op straat te overleven moeten kinderen zich soms wenden tot illegale activiteiten. Ze stelen goederen van de handelaars, ontdoen iedereen van het geld in hun bezit…

5. Prostitutie:
Prostitutie is het essentieel middel om te overleven voor de straatmeisjes. Zeer jong en voor zeer weinig geld leveren ze zich er aan over. Soms gaan ze werken als dienstmeisje in een huis en moeten ze zich ook prostitueren. Straathoertjes verdienen zeer weinig geld want worden beschouwd als vuile hoeren. Door hun werk, raken ze zeer jong zwanger en hebben er dan een mondje bij om eten te geven. Ze lopen allerlei ziektes op en in het bijzonder AIDS, gezien ze over het algemeen met hun client geen enkele bescherming gebruiken.

Advertenties